vorige edities
 
 
 


vorig bericht   |   overzicht   |  

PZC, 9 september 2003

Kritiek op profpeloton valt slecht

door Sven Remijnsen

GOES - De tribune aan de Anthony Fokkerstraat werd gisteren afgebroken en ook het finishdoek kon weer voor een jaar worden opgeborgen. De 43e Delta Profronde mag dan tot het verleden behoren, toch is het laatste woord er nog niet over gezegd. Met name de passieve houding van het peloton, dat in de voorlaatste ronde zelfs uit koers werd genomen, heeft her en der veel ergernis opgeroepen.

Mart Smeets zette zaterdagavond de toon met een vlammende reportage over de Delta Profronde. De heren profs, betoogde de anchorman van Studio Sport, waren `luilebollen` die een wanprestatie hadden geleverd. Freddy Scheele, de secretaris van het OZ Wielerweekend, was getuige van de doorkomst van het peloton op de Zeelandbrug. "Met de handen op het stuur", vertelde hij. "Ze gingen zo langzaam dat ik dacht: die vallen om."

Slechts negentien van de 146 gestarte renners werden geklasseerd: de vijftien koplopers en vier verdwaalde eenlingen die vanuit het peloton aan een kansloze achtervolging waren begonnen. De organisatie hield zelfs prijzengeld over.

Koersdirecteur
Rini Wagtmans, die debuteerde als koersdirecteur, ziet het probleem niet. "Het peloton is door kunde en kwaliteit op achterstand gereden door een zeer gerenommeerde kopgroep, waarin alle grote ploegen waren vertegenwoordigd. Vooraan reden ze soms zestig kilometer per uur. Hoe hard had het peloton dan wel moeten rijden?"
De kritiek van Smeets betitelt hij als `ontzettend onterecht`. Wagtmans: "Neem een bergetappe in de Tour de France. De bus komt met 35 minuten achterstand binnen en op televisie wordt bewonderend gesproken over de rekenmeesters van het peloton. Daar wordt Jean Marie Leblanc toch ook niet op aangesproken?"

Volgens de koersdirecteur is het onmogelijk de veiligheid van renners en verkeersdeelnemers te garanderen als tussen de kopgroep en het peloton een gat van twintig minuten gaapt. "Het is onhaalbaar om het verkeer zo`n lange tijd vast te zetten. Als ik moet kiezen tussen de strijd om de twintigste plaats en de veiligheid van het verkeer, dan kies ik altijd voor de veiligheid. Was dat niet gebeurd, dan zou er pas echt een wanprestatie zijn geleverd. De Delta Profronde is weliswaar van groot belang voor de promotie van Zeeland, maar de koers is niet belangrijker dan Onze Lieve Heer."

Rabo-ploegleider Theo de Rooij ("ik heb de laatste tijd veel uit te leggen") kan zich evenmin vinden in de negatieve reacties van publiek en pers. "Wij hadden met Maarten den Bakker onze beste renner in de kopgroep. Dat was zeker één man te weinig. Toen het verschil opliep tot twintig seconden, heb ik mijn renners opdracht gegeven het gat dicht te rijden. Maar vanaf Westkapelle reden we met de wind in de rug, dus het was heel moeilijk om een nog grotere snelheid te ontwikkelen dan de kopgroep. We hebben vijftig kilometer op kop gereden zonder steun te krijgen van de andere ploegen; waarschijnlijk omdat die niet beter konden. Na Zierikzee waren mijn renners uitgereden en toen was het gedaan. Tot dan leek het tenminste nog een beetje op een koers. Als wij onze verantwoordelijkheid niet hadden genomen, dan was de wedstrijd veel eerder zo dood als een pier geweest."
Meer kon De Rooij, die het optreden van zijn ploeg als `niet goed genoeg` beoordeelt, naar eigen zeggen niet doen. "Een ploegleider of een organisator heeft maar een beperkte invloed op het koersverloop."

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Terug omhoog     

Laatst bijgewerkt op zaterdag 15 mei 2004 om 17:36 uur